Wat is het V.O.S. ?

De geschiedenis van het V.O.S. Hec Leemans

Een tijdsdocument…

  DE VOORHISTORIE VAN HET STRIPGILDE - HEC LEEMANS

Voor zover mijn memorie nog strekt, meen ik me te herinneren dat het prille begin van het VLAAMSE ONAFHANKELIJKE STRIPGILDE ergens midden 1978 te situeren valt.
Op initiatief van Ryssack, Berck en Danny De Laet (zie ook: 'Een tijdsdocument') werden de eerste stenen gelegd voor wat later de allereerste beroepsvereniging van stripauteurs - tekenaars én scenaristen- zou worden. Danny De Laet was een van de allereerste "stripkenners/stripcritici", samen met Jan Smet. 

DE EERSTE VERGADERINGEN

De eerste verkennende vergadering van het Stripgilde vond plaats ten huize Berck. En naast al eerder genoemde heren was ook Merho aanwezig.

Op die eerste vergadering moet beslist zijn het initiatief open te trekken naar de Franstalige collega's, want toen er een paar maanden later, in oktober 1978 een heuse stichtingsvergadering gehouden werd in een achterzaaltje van Café Gambrinus in Leuven, waren daar ook tal van Franstalige vrienden aanwezig: Franquin, Duval, Tibet, Delporte, Roba, Jidéhem, De Groot, Turk.... ga zo maar door... Schoon volk. De jonge snaak van 28 die ik toen nog was keek dan ook met ogen vol bewondering, toen de meester himself de zaal binnenwandelde: Franquin. In levenden lijve.

Aan Vlaamse kant mochten we rekenen op coryfeëen zoals Marc Sleen en Bob De Moor. Willy Vandersteen zou pas later bij het initiatief betrokken worden en hoewel hij nooit echt actief is geweest in het Stripgilde, betaalde hij toch trouw jaar na jaar zijn lidgeld. De kampioen op dat vlak was alweer Franquin, die dubbel of driedubbel lidgeld betaalde. Zijn weduwe bleef dat doen tot ruim vijf jaar na zijn dood.

TWEE BEROEPSVERENIGINGEN

Het resultaat van die eerste vergadering was, dat men besloot twee beroepsvereningingen op te richten met dezelfde statuten. Enerzijds het STRIPGILDE en aan Franstalige zijde de UNION PROFESSIONNELLE DES CREATEURS D'HISTOIRES EN IMAGES ET DE CARTOON, kortweg UpCHIC, een naam die enkel door de fantasierijke Yvan Delporte kon bedacht zijn. 

Meester John Bultinck, advocaat in Gent en beroemd als eerste televisiekok, zou de statuten opstellen en de nodige aanvragen doen bij de Raad Van State. De goedkeuring van die zwaarwichtige statuten zou ruim twee à drie jaar op zich laten wachten. 

Maar intussen konden Stripgilde en UpCHIC van start gaan, met de eerste Algemene Vergaderingen, waar enerzijds EDDY RYSSACK en anderzijds TIBET als voorzitters werden gekozen. We waren vol goede moed in die tijd en het belangrijkste dat toen is verwezenlijkt, is dat er een ontmoetingsplaats was gecreëerd waar alle tekenaars en scenaristen elkaar konden leren kennen...

Waar het STRIPGILDE zo'n goede 50 leden had, kon UpCHIC zich al snel manifesteren als het rijkere broertje, want al gauw hadden zij meer dan 180 leden. De Franstalige tekenaars zijn van ouds natuurlijk altijd al talrijker geweest dan de Nederlandstalige. Dat neemt niet weg, dat ondanks de mindere inkomsten, het STRIPGILDE altijd een budget in evenwicht heeft gehad. Dat is in niet geringe mate te danken aan JEAN-POL, de man die al van in het begin onze uitstekende penningmeester is.

EDDY RYSSACK vuurde de troepen aan en was een ambitieuze voorzitter. Elke maand was er bestuursvergadering in Antwerpen en tweemaal per jaar hield men een Algemene Vergadering. Allerlei problemen passeerden de revue en de leden konden gratis beroep doen op het advies van een advocaat die hen bijstond voor professionele kwesties.

HET MODELCONTRACT, EEN EERSTE VERWEZENLIJKING…

Een eerste verwezenlijking van het STRIPGILDE was de creatie van een MODELCONTRACT, dat nog steeds bestaat en wellicht op deze site te downloaden is.
Dat was een stap voorwaarts, want tot dan toe wist de ene tekenaar niet aan welke (vaak ellendige) voorwaarden de andere werkte. Zo werd de informatie hierrond opengetrokken en kon men betere voorwaarden bedingen bij de diverse uitgevers. Met dien verstande, dat een MODELCONTRACT een richtlijn is, niet iets dat men een uitgever kan opdringen "omdat het moet van het Stripgilde". Een uitgever zal altijd zelf zijn contract voorstellen. Maar een contract maak je met twee (in wezen gelijke) partijen, en het modelcontract helpt je daarbij.

HET INFOBLAD

Eddy Ryssack bedacht het STRIPGILDE ook met het driemaandelijkse INFOBLAD, waarvoor vele bestuursleden werden ingeschakeld. Het was een eerste - wat primitieve- manier om geregeld informatie rond te sturen en contact te houden met de leden. Daarnaast werd er gewerkt aan een tentoonstelling - een initiatief dat ook door andere voorzitters werd herhaald- en ter gelegenheid daarvan realiseerde het STRIPGILDE een boekje over het beeldverhaal in Vlaanderen, waarin  werk van alle auteurs werd opgenomen. De troepen werden gemobiliseerd voor dit boekwerk. Ten huize van DANI DACQUIN en LIEVE SEGHERS, twee van onze prominente leden die bedrijvig waren in de wereld van de publiciteit, was het op een dag verzamelen geblazen om onder leiding van RYSSACK de lay-out van het boek in elkaar te knutselen. Ik meen me onder andere de aanwezigheid van BERCK en MERHO te herinneren... Wellicht was dat de laatste keer dat de grote auteur van KIEKEBOE zich aan het eenvoudige knip en plakwerk van een lay-out gewaagd heeft... En wie zijn werk niet naar behoren deed, kreeg de banbliksems van de voorzitter over zich heen. Dat waren nog eens tijden... (Voor de jongsten onder ons: lay-outs werden toen nog niet met een computer gerealiseerd, maar met papier en schaar. Teksten zetten, knippen, plakken, schikken... handwerk.)

EEN ONDERDAK VOOR HET STRIPGILDE

Begin jaren '80 zat RYSSACK niet stil en werd hij namens het STRIPGILDE betrokken bij de eerste besprekingen, op initiatief van GUY DESSICY en JEAN BREYDEL rond wat later het BELGISCH CENTRUM VAN HET BEELDVERHAAL zou worden. Uiteraard samen met UpCHIC en STUDIO HERGE. 

Het hele idee was ontstaan rond Hergé, voor wie men een museum wou inrichten. Maar Hergé zelf vond dat een te pretentieus plan en zag liever een museum voor alle auteurs. Na de dood van Hergé werd rond dit idee verder gewerkt, en als vanzelfsprekend kwam de grote BOB DE MOOR in beeld. Hij zou later de eerste voorzitter worden van het BCB. Studio Hergé trok zich terug uit de onderhandelingen en er werd verder gepraat met 4 partners: het STRIPGILDE, UpCHIC, de VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE en de FRANSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE. Beide laatste instellingen waren bevoegd voor cultuur in het Brusselse Gewest. Bij die onderhandelingen vertegenwoordigde ik het Stripgilde, op vraag van Eddy Ryssack.

Om gezondheidsredenen trad EDDY RYSSACK begin jaren '80 terug als voorzitter. Er werd een Chinese Vrijwilliger aangeduid die hem zou opvolgen: ondergetekende.

De jaren die volgden werden hoofdzakelijk gevuld met honderden besprekingen rond het BCB, contacten met politici en sponsors, ministers en zelfs Koning Boudewijn, die een belangrijke steun betekende voor het realiseren van het project. Het waren dan ook de Koning en de Koningin, die eind 1989 het BCB kwamen openen. 
De Belgische striptekenaars en scenaristen hadden eindelijk hun eigen huis. 

ASPIRANTEN WORDEN PROFFESIONALS…

Het STRIPGILDE had nu een officiële plek om te vergaderen en om feestjes in te richten, wat we in de jaren negentig niet nagelaten hebben.
Tijdens de Algemene Vergaderingen hielden we ook steeds een sessie waarop  beginnende tekenaars hun prille werken konden voorleggen aan professionele collega's.
 Ik herinner me een paar namen uit die periode die het inmiddels gemaakt hebben: Rik Dewulf, Wim Swerts, Mario Boon, Patrick Van Oppen, Ivan Claeys, ... ik vergeet er beslist heel wat. Dat geheugen... tja. Sommigen zijn dankzij hun contact met het Stripgilde zelf professionele auteurs kunnen worden, anderen hebben wellicht opgegeven ondanks hun talent.
De wereld van het beeldverhaal is immers keihard en je hebt vaak méér nodig dan "alleen maar" talent om te slagen. Je moet zelfstandig je eigen zaak organiseren...
Ik heb dan ook altijd gehamerd op de gevaren van dit vak, omdat ik het erg zou gevonden hebben dat iemand tien jaar lang vruchteloos probeert stripauteur te worden en dan toch moet opgeven, met als gevolg dat hij/zij tien jaar van hun leven hebben vergooid. Kwaliteit komt uiteindelijk toch bovendrijven en wint het altijd. Dus als iemand me zei dat hij of zij de keuze had tussen "strips tekenen" of in het onderwijs gaan, heb ik ze altijd het onderwijs aangeraden. Immers, als ze de nodige kwaliteiten hadden om het toch te maken als stripauteur, zou dat wel blijken ondanks het feit dat ze leraar ( of bakker of postbode) geworden zijn... En een vaste baan laat iemand intussen toe een deftig bestaan uit te bouwen.

Ik herinner me niet echt meer, tot wanneer ik voorzitter ben gebleven en wanneer ik de fakkel mocht overdragen aan de onvolprezen WIM SWERTS. Ik denk dat het 2002 was... In mijn  geheugen zitten flitsen van een druk bijgewoonde Algemene Vergadering, waarop ik te laat kwam vanwege een signeersessie rond de Bakelandtpostzegel op de Heizel.  Dat moet de laatste keer zijn dat ik met de voorzittershamer op tafel heb geslagen. Wordt die voorzittershamer trouwens nog steeds doorgegeven?

Wellicht kunnen WIM SWERTS en daarna MARC DANIËLS hun steentje bijdragen in het neerpennen van de geschiedenis van het STRIPGILDE, elk in een eigen artikel.

Hec Leemans